Onderzoek toont grote verschillen in onderwijskansen tussen regio’s en buurten in Nederland

 Gepubliceerd: 13 maart 2021

Hoewel Nederland internationaal wordt gezien als een land met gelijke kansen, is de kansenongelijkheid in het onderwijs groot. Vanaf vandaag is op de interactieve website KansenKaart.nl op buurtniveau te zien hoe onderwijskansen verdeeld zijn in Nederland. De website is ontwikkeld door wetenschappers van de Erasmus School of Economics en bevatte sinds oktober 2020 al gedetailleerde informatie over inkomen. Daar zijn nu onderwijsuitkomsten aan toegevoegd, waaruit blijkt dat Nederland grote verschillen in onderwijskansen kent.


Grote regionale verschillen in het hoger onderwijs

Dertigers die in het noorden van de Randstad zijn opgegroeid in een gezin met een laag inkomen, hebben ruim twee keer zoveel kans om een universitair of HBO-diploma te behalen dan kinderen in Noord-Nederland, Zuid-Limburg en de “Bijbelgordel” van Zeeland tot aan Urk en Overijssel, het gebied waar veel gereformeerde gelovigen wonen.

 

Figuur 1 toont het percentage met HBO-diploma of hoger, voor dertigers die opgroeiden in gezinnen met een laag inkomen. Zie kansenkaart.nl/maps/hboplus

 

 

Figuur 2 toont het percentage met universitair diploma, voor dertigers die opgroeiden in gezinnen met een laag inkomen. Zie kansenkaart.nl/maps/universiteit

  

Sterke verschillen tussen buurten die vlakbij elkaar liggen, zelfs als mensen uit gezinnen met hetzelfde inkomen worden vergeleken

Naast regionale verschillen zijn ook grote verschillen tussen buurten zichtbaar op de KansenKaart: buurten met lage en hoge onderwijskansen liggen dicht bij elkaar. Daarbij vergelijken onderzoekers dertigers die opgroeiden in gezinnen met hetzelfde inkomen. Zo behaalde 18 procent van de dertigers die in postcodegebied 5701 in Helmond opgroeiden, in een gezin met een laag inkomen, een HBO-diploma of hoger, terwijl dit in het nabijgelegen postcodegebied 5708 wel 48 procent is. In totaal zijn de gegevens van een miljoen dertigers gebruikt. Onderzoeksleider Bastian Ravesteijn van de Erasmus School of Economics: “We zien door heel Nederland grote verschillen in onderwijskansen tussen buurten die op vijf minuten fietsen van elkaar vandaan liggen, zelfs als we mensen met een even hoog of laag inkomen met elkaar vergelijken”. Ravesteijn nodigt alle Nederlanders uit om naar de kaart op de website te kijken: “we roepen de hulp in van alle Nederlanders, ook andere onderzoekers en beleidsmakers, om samen met ons na te denken over verklaringen en vervolgonderzoek”.

 

 

Figuur 3 toont het percentage met een HBO-diploma of hoger, voor dertigers die opgroeiden in gezinnen met een laag inkomen in de noordelijke Randstad (Den Haag, Leiden, Haarlem, Amsterdam, en Utrecht). Zie http://kansenkaart.nl/maps/hboplus

 

Onderwijskansen hangen sterk samen met inkomen ouders

De kans op een diploma in het hoger onderwijs hangt sterk samen met het inkomen van ouders. Zo hebben dertigers die in gezinnen met de laagste inkomens opgroeiden slechts 25 procent kans op een HBO-diploma of hoger, terwijl dit voor hun leeftijdsgenoten die in de rijkste gezinnen opgroeiden 75 procent is, drie keer zo hoog dus. Voor universitair onderwijs zijn de verschillen nóg groter: voor dertigers die opgroeiden in de armste helft van de gezinnen is de kans op een universitair diploma 10 procent, terwijl deze kans voor gezinnen met de hoogste inkomens maar liefst 50 procent is.

 

Onderzoeksleider Bastian Ravesteijn: “uit ander onderzoek blijkt dat zowel genetische aanleg als de omstandigheden in de jeugd, bijvoorbeeld hoe vaak een kind wordt voorgelezen of bijles krijgt, bepalend zijn voor het onderwijsniveau dat een kind aan kan. Het is niet bekend hoe groot de rol van het gezin waarin een kind opgroeit precies is. Maar als samenleving moeten we er alles aan doen om belemmerende factoren weg te nemen, zodat mensen die willen en kunnen studeren de kans krijgen, want daar profiteren we uiteindelijk allemaal van. De komende weken zullen we nieuwe resultaten publiceren die hier dieper op ingaan”.

 

Figuur 4 toont de kans op een HBO- of universitair diploma. Een miljoen dertigers zijn gerangschikt van ouders met lage inkomens (links) tot ouders met hoge inkomens (rechts). Iedere stip in de figuur staat voor 10,000 Nederlandse dertigers, de hoogte van de bol geeft aan welk deel tenminste een HBO-diploma heeft behaald

 

Figuur 5 toont de kans op een universitair diploma. Een miljoen dertigers zijn gerangschikt van ouders met lage inkomens (links) tot ouders met hoge inkomens (rechts). Iedere bol in de figuur staat voor 10,000 Nederlandse dertigers, de hoogte van de bol geeft aan welk deel een universitair diploma heeft behaald

 

Vrouwen met een Surinaamse, Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond doen het relatief goed in het hoger onderwijs

Dertigers met een migratieachtergrond komen veel vaker uit gezinnen met een laag inkomen dan autochtonen. Het is dan ook niet verrassend dat zij qua onderwijsuitkomsten achterlopen. Van de dertigers met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond heeft 32 procent een HBO-diploma of hoger, 13 procent van hen heeft een universitaire opleiding. Voor mensen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond is dit slechts 26 procent (tenminste HBO) en 9 procent (universiteit). Voor autochtonen ligt dit een stuk hoger: 43 procent had tenminste een HBO-diploma en 17 universitair diploma. De kans op een hoger onderwijsdiploma is voor autochtonen dus eenderde tot de helft hoger dan voor mensen met een Surinaamse, Turkse, Marokkaanse, of Antilliaanse achtergrond.

Maar als dertigers die opgroeiden in gezinnen met hetzelfde inkomen worden vergeleken, valt op dat mensen met een migratieachtergrond het even goed, of in het geval van vrouwen zelfs beter doen dan autochtonen. Antilliaanse en Marokkaanse vrouwen uit gezinnen met een laag inkomen hebben zelfs een paar procentpunt vaker een HBO- of universitair diploma dan vergelijkbare autochtone vrouwen. Turkse vrouwen die opgroeiden in gezinnen met een laag inkomen hebben het minst vaak een HBO- of universitair diploma. In het algemeen hebben vrouwen acht procentpunt meer kans op een HBO- of universitair diploma dan mannen.

Onderzoeksleider Bastian Ravesteijn: “Eerste generatie-migranten hebben gemiddeld een laag inkomen, zelfs als ze in het land van herkomst een hoge opleiding hebben behaald. Andere eerste generatie-migranten hadden in het land van herkomst juist weinig kansen om zich te ontwikkelen. We zien dat de tweede generatie bezig is met een inhaalslag, zij hebben vaker een universitair diploma dan autochtonen uit gezinnen met een vergelijkbaar inkomen, hoewel de mannen met Antilliaanse achtergrond wat achterblijven. Wellicht zijn er bij mensen met een migratieachtergrond velen die hun kansen in het onderwijs willen grijpen, en lukt het de tweede generatie om in het onderwijssysteem op te klimmen ten opzichte van hun ouders. Het is niet duidelijk of het Nederlandse systeem voldoende kansen biedt en we daarom deze patronen zien, of dat er juist nog veel meer mensen met een migratieachtergrond de capaciteiten en wens hebben om een diploma in het hoger onderwijs te halen, maar zij toch hun weg niet kunnen vinden in het onderwijssysteem”.

 

Geen causale effecten van buurten gemeten

Op basis van de resultaten kan niet gezegd worden dat regio’s en buurten daadwerkelijk effect hebben op de uitkomsten van kinderen. Hoewel mensen uit gezinnen met hetzelfde inkomen worden vergeleken, kunnen gezinnen met een laag inkomen in oost-Groningen op verschillende vlakken heel anders zijn dan gezinnen met een even laag inkomen in grote steden. Die verschillen werken mogelijk door in de onderwijsuitkomsten van kinderen. Het is ook belangrijk om voorzichtig te zijn met uitspraken over gebieden waar slechts weinig mensen uit een bepaalde groep wonen. Hoewel de data informatie bevat over iedereen die daar is opgegroeid, kan het zo zijn dat de resultaten voor kleine gebieden op toeval berusten. Daarom zal KansenKaart.nl in de toekomst ook een onzekerheidsmarge tonen.

 

Methode

De bijgaande kaarten tonen het hoogste behaalde opleidingsniveau in 2018 van mensen die geboren zijn tussen 1982 en 1987, wiens ouders tussen 2006 en 2010 een relatief laag inkomen hadden: slechts 25 procent van de ouders hadden een lager inkomen. Het gaat hier om tenminste een HBO-diploma, of tenminste een universitair bachelordiploma. Gebieden met minder dan 50 kinderen met een ouderlijk inkomen tussen het 15e en 35e percentiel worden niet getoond omdat dit teveel op toeval kan berusten. KansenKaart.nl toont ook de uitkomsten van mensen die opgroeiden in gezinnen met een midden- en hoog inkomen, en ook van alle mensen die in een gemeente of wijk woonden, ongeacht het inkomen van hun ouders.

 

Interactieve kaart naar Amerikaans voorbeeld

In 2018 publiceerde het Amerikaanse Census Bureau samen met Harvard University en Brown University de Opportunity Atlas, waarop kansengelijkheid in de VS in kaart wordt gebracht. Erasmus School of Economics-onderzoekers Bastian Ravesteijn, Helen Lam en Coen van de Kraats ontwikkelden samen met onderzoeksassistent Matthijs Jansen een vergelijkbare interactieve kaart voor Nederland, op basis van informatie over 1 miljoen Nederlandse kinderen en hun ouders, die beschikbaar wordt gesteld voor onderzoek door het CBS. Het initiatief wordt ondersteund door Open Data Infrastructure for Social Science and Economic Innovations (ODISSEI) zodat een snelle “supercomputer” gebruikt kan worden om de berekeningen uit te voeren.

 

Inlichtingen: ravesteijn@ese.eur.nl

Pers: rdegroot@ese.eur.nl


Comments